Ik was bij een bijeenkomst over datagedreven gebiedsontwikkeling. De zaal zat vol mensen die er weinig ervaring mee hadden. En ook de dagvoorzitter was nog niet om. Er kwamen obstakelvragen: ‘Wat kost het?’ ‘Hoe verdien je dat terug?’ ‘Is het ingewikkeld?’ ‘Wat vergt het van de organisatie?’. Heel anders dan in de zaaltjes met ervaren en overtuigde mensen. Waar het gaat over de besparing, de terugverdientijd, het gebruiksgemak en de efficiency van de toepassing.
Hier werd gedacht in obstakels. Een nieuwe manier van werken vraagt lenigheid. Lenigheid waarmee je om obstakels heen kan denken. Wat daarbij helpt, is om de vragen over de nieuwe manier van werken ook te stellen over de bestaande situatie. Dus om even alles ter discussie te stellen. Bijvoorbeeld over de kosten van een projectleider. Wat kost die? Hoe verdien je dat geld terug? Is het ingewikkeld om met die persoon te werken? Wat vergt dat van de organisatie? Of over de zaal vol mensen die alles bij elkaar 20.000 euro kosten op zo’n middag. Verdienen we dat terug?
Een ander voorbeeld: toen Nederland werd overspoeld door huurfietsen werd er wel geklaagd over de fietsen op het trottoir, maar niet over de auto’s op de staat. Terwijl die veel meer van de openbare ruimte in beslag nemen dan die paar fietsen, maar daar al zo lang staan dat we niet meer beter weten.
Tegelijkertijd, obstakeldenken komt er niet vanzelf. Dat is er omdat iemand het in haar of zijn hoofd de ruimte gaf. Vaak na een gesprek met een ervaren en overtuigd mens. Die te snel wil. En praat over urgentie alsof we morgen alle plagen uit het Oude Testament tegelijk op ons dak krijgen. Maar dat gebeurt niet. We hebben het over datagedreven gebiedsontwikkeling. Niet over een watersnoodramp. Hou het klein, doe het stap voor stap. Leer door te doen, door te spelen, door te vallen en doe het op een manier die je vak leuker maakt.
Jan-Willem Wesselink
